top of page

Visuele screening &
Training

image-coach.php.png
child-820717_960_720.jpg

Ik heb geen opleiding tot functioneel optometrist achter de rug.

Bij de minste twijfel wordt dan ook onmiddellijk doorverwezen!

Wel heb ik binnen verschillende opleidingen de kennis en tools in handen gekregen om:

  • oculomotorische testen af te nemen;

       (vb: fixatie, oog-volg, hand-volg, convergentie, accomodatie, saccades, ...)

  • een visuele screening af te nemen met de bioptor;

  • visuele perceptie en visuomotoriek in kaart te brengen;

  • lateralisatie te bekijken;

  • onvolgroeide reflexpatronen te linken aan mogelijke immaturiteit;

  • de invloed van het stressysteem op de ogen te herkennen en aan te pakken;

  • ... ... ... 

"Kijk eens goed!"

"Lees eens wat er staat!"

Kinderen horen het wel vaker als ze lezen of (over)schrijven.

Het kind zal op dat moment ècht wel goed "kijken" maar het niet "zien".

Kijken doe je met de ogen; zien doe je met de hersenen.

De ogen vangen lichtprikkels op en sturen deze prikkels door naar de hersenen.

De hersenen verwerken en interpreteren de info die ze binnen krijgen en vormen er een geheel van.

Zonder het te beseffen hebben we bij leermoeilijkheden en leerproblemen vaak te maken met een visuele dysfunctie.

Een visuele dysfunctie kan het leerproces behoorlijk belemmeren.

Onze ogen moeten goed samenwerken om een juist beeld door te sturen naar de hersenen.

Zo moeten ze vlot en zonder onderbreking kunnen:

  • fixeren: beide ogen richten zich een tijdje op één punt.

  • convergeren: beide ogen maken een binnenwaartse beweging richting de neus om dichtbij te kunnen kijken.

  • divergeren: beide ogen maken een beweging naar buiten toe om in de verte te kunnen kijken.

  • tracken (oog-volg beweging): de ogen volgen een horizontaal of verticaal bewegend doel.

  • saccades of oogsprongen: een snelle oogbeweging om van woord naar woord te gaan of om snel een beeld te scannen.

  • accomoderen: snel scherpstellen tussen dichtbij en veraf.

  • perifeer waarnemen: breed beeld vormen om overzicht te krijgen.

Als één van de ogen minder snel is, de ogen niet goed tot samenspel komen,

één oog hoger of lager richt, ... krijg je lees- en rekenproblemen, schrijfmoeilijkheden.

Kenmerken van een mogelijke visuele dysfunctie:

  • Hoofdpijn (voorhoofd) en nekpijn.

  • Jeukende, branderige, droge of vermoeide ogen.

  • Met de handen in ogen wrijven.

  • Tranende ogen.

  • Zwak evenwicht.

  • Moeite met balspelen (bal moeilijk kunnen vangen, niet zien aankomen, net missen, ...).

  • Leesproblemen

    • hakkend en hakkelend,

    • met veel energie,

    • plaats verliezen in tekst,

    • plots op een andere regel verder lezen,

    • aanwijzen met de vinger,

    • ...

  • Slordig handschrift.

  • Niet netjes op de lijn schrijven.

  • Zwakke oog-handcoördinatie.

  • Hoofd schuin houden.

  • ... ... ...

Bioptor

A.d.h.v. een visuele screening met de bioptor wordt een mogelijke visuele dysfunctie in kaart gebracht.

Omdat primitieve reflexen de oogmotoriek mee helpen vormen, worden de reflexen ook grondig bekeken.

Zijn er nog reflexrestanten aanwezig die met de oogsamenwerking te maken hebben, 

werken we die eerst weg waardoor al heel wat visuele problemen kunnen verholpen worden.

Is er nadien nog training nodig bestaat deze uit oefeningen die de oogsamenwerking en de oogmotoriek verbeteren en zo de visuele dysfunctie kunnen verbeteren.

Bij twijfel wordt ALTIJD doorverwezen naar een functioneel optometrist.

bottom of page